Honswijk

Honswijk omvat het landelijk gebied langs de Lek tussen de landscheidingsweg met Pothuizen en veenrivier De Snel. De Achterdijk is de begrenzing met Schalkwijk.

Ontginning van Honswijk

Het oudste deel van Honswijk is te vinden op ongeveer de plek waar nu het Werk aan de Groeneweg de Lekdijk raakt. In de 10e eeuw worden kavels grond tussen de Lek ontgonnen en de Middelsloot (halverwege de Groeneweg) aangelegd. De sloten wateren af in de Lek.

Wanneer de Honswijkerwetering langs de Achterdijk wordt aangelegd, worden de kavels in de 12e eeuw verlengd met een kromming erin.1

De ontginning van het westen van Honswijk volgt later en heet in de middeleeuwen Wellinkwijk.2 De uitgang wijk suggereert dat er een buurtschap is ontstaan. Later kennen we dit buurtschap onder de naam Tull en weer later onder de naam Honswijk. Ten oosten van de kerk van Tull en het gebied ten oosten van het oude Honswijk richting de landscheidingsweg volgt ook later ontginning. De ontginning van Honswijk is een geleidelijk proces geweest.

Bestuur Honswijk

Honswijk maakt in de middeleeuwen onderdeel uit van het gouw Lek en IJssel. Tot het jaar 1277 is de Heer van Goye hier actief. Via de Uitweg kon hij snel bij dit graafschap komen. Later valt Honswijk onder de heerlijkheid Hagestein, waar nazaten van Ten Goye actief zijn.

De dorpen ’t Waal, Tull, Honswijk en Hagestein vormen kerkelijk en bestuurlijk één geheel. Er zijn dan afzonderlijke gerechten zoals het gerecht ’t Waal, het gerecht Honswijk en het gerecht Tull, zodat ter plaatse rechtspraak kan plaatsvinden. Op 29 maart 1338 ontstaat het gerecht Honswijk zonder verbanden met Tull en ’t Waal en Hagestein. De heer van Culemborg heeft het dan voor het zeggen. Daardoor heeft hij beide oevers van de Lek in handen. Dit levert nog wel eens strijd op met de Bisschop van Utrecht die de werkelijke machthebber in Honswijk is.

Na de reformatie in 1580 nemen rijke stedelingen het bestuur over. In de 18e eeuw zijn het vooral de grotere landeigenaren die bepalen wat er in Honswijk gebeurde. Deze herenboeren zijn tot halverwege de 20e eeuw oppermachtig.

De invloed van Culemborg is altijd groot geweest. De stad had belang bij de noordoever van de Lek. Culemborg was van 1550 tot 1795 een ‘vrijstad’, een zelfstandig staatje met een eigen wetgeving. Wie iets misdaan had, kon in Culemborg tegen betaling een vrijgeleide krijgen. Tussen 1795 en 1798 wilden de Culemborgers niet bij de Bataafse Republiek horen en viel het onder Frankrijk. De Lek bij Honswijk was in die periode een landgrens.

Bewoning

Honswijk kende vooral boerderijen langs de Lekdijk en een kerk. Ook was er een kasteel Bloemenstein langs de Groeneweg. In de middeleeuwen was er een kapel bij Kasteel Bloemenstein.

Romeinen in Honswijk

Langs de Lek was al vroeg bewoning. Bij de Achterdijk ten westen van het Werk aan de Groeneweg is een pottenbakkersoven gevonden uit de Midden-Romeinse tijd met een omvang van 150 x 250 meter. Op deze locatie is veel Romeins aardewerk aangetroffen, alsmede een fibulae en een bronzen oorlepel.

Ook elders bij het Werk aan de Groeneweg en bij Fort Honswijk zijn sporen van Romeinse nederzettingen aangetroffen. Meer op vici.org.

Plundering van Honswijk

In 1566 bereikt de Beeldenstorm Honswijk en wordt de kerk geplunderd. Ook Zijderveld, Everdingen en Culemborg krijgen ermee te maken.

In februari 1599 wordt Honswijk geplunderd door ‘soldaten van het lant van Utrecht’. Zowel de kerk van Honswijk als 34 huizen in Honswijk worden beschadigd. De totale schade is 3455 gulden. De soldaten staan onder leiding van capiteyn Meetkercken en waren gelegerd in Wijk bij Duurstede.3 Aanleiding van de plundering is onduidelijk, maar het is voor de hand liggend dat Utrecht aan de Heer van Culemborg wilde laten zien wie er de baas is in Honswijk.

Wegen door Honswijk

Dwars door Honswijk loopt de spoorlijn van Utrecht naar ’s Hertogenbosch. Deze kruist de Lek via de Lekbrug. In 1950 ontspoorde er een goederentrein bij de Lekdijk in Honswijk.

Honswijk kende ook een aantal veerverbindingen. De belangrijkste is de veerboot naar Culemborg, die er nog steeds is. Daarnaast waren er ook voetveren.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

In de 19e eeuw verschijnt de stelling van Honswijk in het gebied, dat een onderdeel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze stelling is tussen 1871 en 1886 verbeterd en uitgebreid. Tussen 1871 en 1874 werd een nieuw inundatiekanaal gegraven. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden ook aanpassingen aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie uitgevoerd. Voor de mannen die moesten werken waren dit geen gemakkelijke dagen.

De stelling bestaat uit Fort Honswijk, Werk aan de Korte Uitweg, Werk aan de Groeneweg, Batterij aan de noordelijke Lekdijk, Lunet aan de Snel, een inundatiekanaal, Werk aan de Waalse wetering en de Gedekte Gemeenschapsweg. De vervallen kerk wordt met de komst van Fort Honswijk afgebroken.

Noten

  1. Het Krommerijngebied in de Middeleeuwen, p249 – C. Dekker (1983) ↩︎
  2. Het Krommerijngebied in de Middeleeuwen, p250 – C. Dekker (1983) ↩︎
  3. RAZU – toegang 61- inv 24, Regesten betreffende Honswijk, 1500-1599 – M. Kemp  ↩︎

Deze pagina is gewijzigd op 23 oktober 2024